Uitleg van verschillen in bedragen

Uitleg van verschillen in bedragen

In de eerste berekening ziet u het verwachte pensioen uit de pensioenregeling van nu en nieuwe pensioenregeling. Daar zitten verschillen tussen. We leggen uit hoe dat kan.

Het pensioen voor uzelf

We verdelen het vermogen dat het pensioenfonds beheert.

Op het moment van de overstap verdelen we het totale vermogen dat we beheren voor iedereen met een pensioen bij Pensioenfonds VLEP. Iedereen krijgt dan een kapitaal voor pensioen. Dat kapitaal levert vanaf het moment dat u uw pensioen laat ingaan een pensioen op, zo lang u leeft. 

Het kapitaal voor pensioen waarmee u start, baseren we op de waarde van het pensioen dat u hebt opgebouwd of al ontvangt. Ook de financiële gezondheid op het moment dat we overstappen speelt een rol. Als we er goed voorstaan op het moment van de overstap, kan uw kapitaal voor pensioen hoger zijn dan als we er slecht voorstaan. Onze financiële gezondheid meten we met de dekkingsgraad. Deze geeft de verhouding aan tussen onze verplichtingen (de pensioenen die we nu en in de toekomst moeten uitbetalen) en bezittingen (de waarde van de beleggingen). De rente speelt ook een belangrijke rol. De rente heeft invloed op de hoogte van de verplichtingen. Hoe hoger de rente, hoe lager het bedrag waarmee we moeten rekenen als 'verplichting'. 

De organisaties van werkgevers en werknemers (sociale partners) hebben afgesproken dat het fondsvermogen als volgt verdeeld wordt:

DekkingsgraadRegel voor het verdelen van het geld
Tussen 105% en 108%Pensioenfonds VLEP heeft circa 2% nodig voor de operationele reserve en het minimaal vereist vermogen. De financiële reserve vullen we met minimaal 1% gevuld en voor de compensatieregeling zetten we maximaal 5% opzij.
Tussen 108% en 112%Pensioenfonds VLEP heeft circa 2% nodig voor de operationele reserve en het minimaal vereist vermogen. Voor de compensatieregeling zetten we 5% opzij. Het resterende gedeelte gebruiken we voor het vullen van de financiële reserve tot maximaal 5%.
Tussen 112% en 140%Pensioenfonds VLEP heeft circa 2% nodig voor de operationele reserve en het minimaal vereist vermogen. Voor de compensatieregeling zetten we 5% opzij en we vullen de financiële reserve tot 5%.
Hoger dan 140%Sociale partners komen opnieuw bij elkaar om een beslissing te nemen over de verdeling van het vermogen.

De percentages in de tabel zijn onder voorbehoud. Deze percentages kunnen worden aangepast als blijkt dat dit evenwichtiger is.

Voor de eerste berekening hebben we gerekend met de financiële situatie op 1 april 2026. Op dat moment was de dekkingsgraad 125,5%. 

Dit is het gevolg:

  • Is de dekkingsgraad op 1 januari 2027 112% of hoger? Dan krijgt u er extra geld bij, bovenop de waarde van het pensioen dat u tot 1 januari 2027 hebt opgebouwd. Het kapitaal voor uw pensioen wordt hierdoor hoger.

Geen maximum meer

Elke maand verdelen we de resultaten van de beleggingen. Gaat het goed? Dan gaat uw kapitaal voor pensioen omhoog. In de pensioenregeling van nu zit er een maximum aan de verhoging van uw pensioen. In de nieuwe pensioenregeling is er geen maximum aan de opbouw van het kapitaal voor uw pensioen. Dat betekent dat het kapitaal voor uw pensioen (en dus ook uw verwachte pensioen) kan groeien als het goed gaat. De verhogingen en verlagingen worden gespreid over vijf jaar om grote schommelingen te voorkomen. 

Bent u nog jong? Dan kunt u dit effect extra sterk zien bij het pensioen 'als het heel erg meezit'. Dit gebeurt alleen als de beleggingen lange tijd uitzonderlijk veel opleveren.

We houden een kleinere reserve aan

Er gaat een kleiner deel van de resultaten van de beleggingen naar de reserve dan in de oude pensioenregeling. Dat betekent dat er meer geld naar uw kapitaal voor pensioen kan gaan als het goed gaat met de beleggingen.

In de nieuwe pensioenregeling is deze financiële reserve vooral bedoeld om de pensioenen die we uitbetalen te beschermen. Is uw pensioen nog niet ingegaan of zit het erg tegen? Dan kunnen we dat niet opvangen met de reserve.

Dit is het gevolg:

  • Uw verwachte pensioen als het heel erg tegenzit kan lager zijn dan in pensioenregeling van nu, omdat er geen reserve meer is om (het kapitaal voor) uw pensioen aan te vullen.
  • Zit het niet tegen, dan is uw verwachte pensioen hoger. Er gaat namelijk minder geld naar de reserve en meer geld naar uw pensioen.
  • De gevolgen voor de pensioenen die we uitbetalen zijn kleiner. Moeten de pensioenen omlaag en zit er genoeg geld in de reserve? Dan vullen we de pensioenen aan. Zoals het er nu naar uitziet, is de kans klein dat de pensioenen die we uitbetalen de komende jaren omlaag moeten. Maar het is niet uitgesloten dat ze een keer omlaaggaan.

Het pensioen voor uw nabestaanden

Opgebouwd partner- en wezenpensioen wordt omgezet

Had u vóór 1 januari 2027 al partner- en/of wezenpensioen opgebouwd? Dan blijft dat bestaan. De waarde hiervan zetten we om naar kapitaal voor partner- en wezenpensioen in de nieuwe regeling. Er gaat géén pensioen verloren. In de berekening ziet u opgebouwd partnerpensioen en wezenpensioen staan (bij de pensioenregeling van nu én bij de nieuwe regeling). Dit pensioen blijft bestaan, ook als u uit dienst gaat. U ziet deze bedragen ook als u al pensioen ontvangt en bij het ingaan van uw pensioen hebt gekozen voor partner- en wezenpensioen.

Leeftijd wezenpensioen verandert

In de pensioenregeling van nu is er wezenpensioen tot 18 jaar of tot 27 jaar als de wees studeert. In de nieuwe pensioenregeling loopt het wezenpensioen door tot 25 jaar, ook als de wees niet studeert. Deze leeftijd geldt voor wezen van wie de ouder overlijdt terwijl hij/zij nog pensioen opbouwt bij pensioenfonds VLEP. Het wezenpensioen dat al is opgebouwd in de pensioenregeling van nu wordt ook uitgekeerd. Er gaat geen pensioen verloren. Wezen tussen 25 en 27 jaar die al pensioen ontvangen, blijven dit ontvangen tot ze 27 jaar worden.

Partnerpensioen en wezenpensioen in de nieuwe regeling

In de nieuwe pensioenregeling is het (tijdelijk) partnerpensioen en wezenpensioen anders geregeld. U bouwt geen (tijdelijk) partnerpensioen en wezenpensioen meer op. Maar als u overlijdt terwijl u pensioen opbouwt en premie betaalt bij VLEP, is er wel een pensioen voor uw nabestaanden verzekerd. Als u uit dienst gaat, stopt de verzekering na 3 maanden. U kunt de verzekering vrijwillig voortzetten.

Als u overlijdt, tellen we de bedragen van de pensioenregeling van nu op bij het nabestaandenpensioen in de nieuwe pensioenregeling.

Dit is het gevolg:

  • Hebt u een partnerpensioen opgebouwd voor 1 januari 2027? En bouwt u pensioen op bij ons fonds? Dan heeft uw partner recht op het partnerpensioen via de nieuwe pensioenregeling én op het partnerpensioen dat is omgezet uit de oude pensioenregeling. 
    Gaat u met pensioen en kiest u dan voor partnerpensioen? Dan is er ook ná uw pensioendatum pensioen voor uw partner als u overlijdt.

     
  • Bouwt u geen pensioen meer op bij ons fonds? Dan heeft uw partner geen recht op het verzekerd partnerpensioen. Uw partner heeft wel recht op het partnerpensioen dat al is opgebouwd in de pensioenregeling van nu. 
    Gaat u met pensioen en kiest u dan voor partnerpensioen? Dan is er ook ná uw pensioendatum pensioen voor uw partner als u overlijdt.

     
  • Ontvangt u al een pensioen en hebt u gekozen voor partnerpensioen toen u met pensioen ging? Dan is de waarde van dit partnerpensioen omgezet naar de nieuwe pensioenregeling.

Lees meer over het partner- en wezenpensioen in de nieuwe regeling

Logo Pensioenfonds VLEP